Kweekverslag van de Schlegelastrilde

De Schlegelastrilde
 


(Mandingoa nitidula schlegeli)

                                               door: Bart scheenaard

Ook deze maand geen kweekverslag maar mijn ervaringen met
dit vogeltje. Zoals jullie misschien wel hebben gemerkt gaat
mijn voorkeur uit naar de Afrikaanse prachtvinken. Maar mochten
jullie een andere vogel behandeld zien op mijn pagina, mail mij
dan even. Nu weer terug naar de Schlegelastrilde, hij wordt ook wel eens de groene druppelastrilde genoemd. Van deze prachtige vogeltjes heb ik nu 3 koppeltje wildvang zitten.

Kleur en geslachtsbepaling:
De bouw van deze vogeltjes doet een beetje denken aan winterkoninkjes: klein (± 12,5 cm) en gedrongen, maar dat komt omdat ze vooral in het kreupelhout leven opzoek naar voedsel. Mannetjes en vrouwtjes zijn gelijk van kleur op de borst en kop kleuren na. De borst van het mannetje is oranje/roodachtig en bij het popje oranje/geelachtig. De streek van de snavel tot achter het oog is bij de mannetjes roodachtig en bij de popjes geel/oranjeachtig. De buik is zwart met witte stippen (ze zeggen dat de stippen dichter bij elkaar staan, maar ik zelf heb dat nog niet kunnen ontdekken). De rug en vleugels zijn mosgroen en de staart (onder en boven) is zwart, hun pootjes zijn hoorn kleurig. Als ze nog jong zijn dan zijn ze grijs/olijf groen en missen ze de flankvlekken. De oogjes zijn zwart.

Verwanten en ondersoorten:
De groep vogels telt zes soorten en zijn onderverdeeld in vier geslachten: Hypargos, Mandingoa, Clytospiza en Euschitospiza. De enige soort die regelmatig verkrijgbaar is, is de druppelastrilde (Hypargos niveoguttatus). Deze heeft een zwarte buik met aan de zijden daarvan een witte druppeltekening. Een pop heeft minder van die druppels.

Verspreiding:
Over de verspreiding van deze vogeltjes kan ik heel kort zijn: Ze komen voor in voornamelijk Zuidelijk-Afrika.

De vogels in gevangenschap:
De vogels overleven bijna allemaal de reis van Afrika naar hun nieuwe woning, als men ze heeft aangeschaft zullen ze erg nerveus zijn maar dat is naar ongeveer 3 maanden over en ze zullen dan snel hun schuwheid verliezen. Het mannetje kan behoorlijk lang en ook prachtig zingen, hun contact roep is ongeveer "tsieet" of ook wel een "tak". Er wordt beweerd dat deze vogeltje bij 20 graden Celsius moet worden gehouden maar 10 graden boven nul deert ze ook helemaal niets. De vogels zullen een tamelijk groot maar wel los in elkaar zittend nest bouwen waar in ze gemiddeld 4 eitjes leggen en waarop ze dan 12 dagen zullen broeden, en de jongen worden voornamelijk met levendvoer groot gebracht.